Solvency II : meer dan louter risico modellering

Solvency II : meer dan louter risico modellering

 

Een optimale implementatie van de Solvency II-richtlijn staat of valt met een goed begrip van het  algemeen kader van deze richtlijn. Enkel op die manier kan men de operationele, financiële en organisatorische impact ervan volledig in kaart brengen.   

Solvency II houdt in dat een verzekeraar zijn risico’s modelleert om zodoende de vereiste hoeveelheid kapitaalreserves te kunnen bepalen die hij nodig heeft om zich in te dekken tegen eventuele risico’s. Maar in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, volstaat dit niet om volledig Solvency II klaar te zijn.    

De implicaties van deze richtlijn gaan immers veel verder dan louter risico modellering en omvatten op zijn minst de volgende aspecten :

·         Voldoende capaciteit om gegevens te centraliseren,

·         Een geïntegreerd actief- en passiefbeheer,

·         Een wijziging van de business logica,

·         Een aanpassing van de acceptatie- en governanceregels.

 

Voldoende capaciteit om data te centraliseren

De implementatie van Solvency II vereist uiteraard actuariële expertise en adequate modelleringsinstrumenten.  

Maar daarmee is de kous niet af. Om betrouwbare resultaten te bekomen, moet een modelleringssysteem gevoed worden met volledige, consistente en gedetailleerde gegevens. Indien de beschikbare gegevens niet volledig zijn of van slechte kwaliteit, zal het modelleringsinstrument foute resultaten afleveren en zullen de hierop gebaseerde beslissingen eveneens fout zijn. Of zoals het spreekwoord zegt « garbage in, garbage out ».

Als aanvulling op hun actuariële expertise en modelleringsinstrumenten zullen verzekeraars dan ook moeten beschikken over een performante tool voor datacentralisatie (of ‘data warehouse’), waarop alle interne systemen van het bedrijf aangesloten kunnen worden. Deze fase die er moet voor zorgen dat de verzekeraar een volledige en correcte weergave krijgt van zijn activiteiten, vormt een aanzienlijke investering zowel op financieel als op personeelsniveau.    

 

 

Geïntegreerd actief- en passiefbeheer

Op basis van volledige, consistente en gedetailleerde gegevens gaat het modelleringsinstrument aangeven hoeveel kapitaalreserves de verzekeringsmaatschappij theoretisch nodig heeft om haar contractuele verbintenissen na te komen.  

Het kapitaalniveau hangt sterk af van de aard van de verbintenissen (het passief) en van de manier waarop het actief georganiseerd/geïnvesteerd wordt.

Om de nodige acties te kunnen ondernemen en de bedrijfsstrategie m.b.t. de Solvency II-richtlijn te kunnen optimaliseren, moet de verzekeraar zijn actief en passief op een meer geïntegreerde manier kunnen beheren zodat de analyse-instrumenten eventuele risico’s snel kunnen opsporen.  

 

Wijziging van de business logica

In een eerste fase zal het modelleringsinstrument het kapitaalsniveau aangeven dat een verzekeringsmaatschappij nodig heeft om haar verbintenissen na te komen.   

 

Maar deze informatie is enkel nuttig indien ze nadien wordt omgezet in concrete acties binnen de verzekeraars core business die bestaat uit de definitie van verzekeringsproducten en het beheer van zijn verkoopnetwerk. Meestal toont het instrument aan dat het kapitaal van de maatschappij onvoldoende is om de risico’s te dekken of wijzen tendensen uit dat een verslechtering van de toestand mogelijk is indien er geen actie wordt ondernomen.

In dit geval moeten er corrigerende maatregelen worden getroffen. Een verhoging van het  kapitaalniveau is zelden mogelijk ; een verlaging van het risiconiveau daarentegen is vaak wél toepasbaar. In de  praktijk kan dat er bijvoorbeeld op neerkomen dat de verkoop van een te risicovol product wordt stopgezet of dat de verloning van tussenpersonen wordt gewijzigd. Ook de « incentives » zullen zodanig moeten worden aangepast dat niet enkel het halen van de cijfers beloond wordt, maar ook de naleving van beslissingen die het risico- en kapitaalniveau van de verzekeringsmaatschappij moeten optimaliseren.    

 

Om steeds in regel te zijn met de Solvency II-richtlijn, moeten verzekeraars in staat zijn om snel corrigerende maatregelen te nemen. Om een maximale reactiviteit te garanderen, moeten geoptimaliseerde processen worden opgezet. Zo moeten bijvoorbeeld de processen voor de creatie en aanpassing van producten (« time to market ») en voor de aanpassing van de commissieschema’s kort en efficiënt zijn.  

In regel zijn met de Solvency II-richtlijn vereist dus een wijziging van de business logica binnen verzekeringsmaatschappijen. Naast de commerciële strategie die bestaat in een maximalisatie van de omzet, moet er nu ook plaats worden gemaakt voor risico-optimalisatie. De onderliggende processen (incentives, creatie en commercialisering van producten, enz.) moeten uiteraard gelijktijdig meeëvolueren.  

 

 

Aanpassing van de acceptatie- en governanceregels

Risico modellering en corrigerende acties zijn voorafgaandelijke voorwaarden maar volstaan niet om de Solvency II-richtlijn na te leven.  

Er moet ook nagegaan worden of de hypotheses die gebruikt worden in de modelleringsinstrumenten correct toegepast worden binnen het volledige netwerk van de verzekeraar. Om zowel de zichtbaarheid als de controle te verzekeren, moeten de acceptatie- en governanceregels worden aangepast.

Nemen we het voorbeeld van een product dat eerder verkocht werd met een rendementsvoet van 5% maar waarvan de rendementsvoet door de hoofdzetel werd teruggebracht tot 3% om in orde te zijn met Solvency II. Als een tussenpersoon probeert om dit product te verkopen met een rendementsvoet van 5%, dan moeten de acceptatie- en governanceregels ervoor zorgen dat zijn aanvraag automatisch door het polisbeheersysteem wordt verworpen of toch op zijn minst een acceptatielogica moet doorlopen.  

Om zo onfeilbaar mogelijk te zijn, moeten de acceptatie- en governanceprocessen maximaal geautomatiseerd zijn. De beheersystemen van de verzekeraar moeten binnen hun workflows een verplichte validatiefase voorzien. Er moet dan ook een team worden opgezet dan toeziet op de naleving van deze regels. Dankzij online beheersystemen kunnen acceptatie- en governanceprocessen bovendien snel en zelfs ogenblikkelijk gebeuren. 

 

Tot besluit

Zoals dit artikel aantoont, houdt klaar zijn voor Solvency II meer in dan louter risico modellering. In aanloop naar de invoering van de richtlijn zullen verzekeraars verplicht zijn om hun organisatie en processen volledig te herzien. Dit houdt op zijn minst een optimale centralisatie van de gegevens in, een meer geïntegreerd actief- en passiefbeheer, een wijziging van de business logica en een aanpassing van de acceptatie- en governanceregels.

Verzekerinigsmaatschappijen zullen zich dan ook moeten uitrusten met IT-tools waarmee ze zich op een optimale manier kunnen voorbereiden op de invoering van Solvency II. Daartoe hebben ze een performant risico modelleringsinstrument en een exhaustief datawarehouse nodig. Ook het  polisbeheersysteem moet voldoen aan een aantal vereisten: het moet gemakkelijk te koppelen zijn aan een tool voor het beheer van financiële activa, business processen weerspiegelen, een verplichte validatiefase omvatten en het automatisch beheer van de acceptatieregels mogelijk maken. Indien de verzekeraar bovendien beschikt over ‘online’ beheertools, dan is dat uiteraard meegenomen in de voorbereiding van de invoering van Solvency II-richltijn.

 

Didier Lambert – Consultant Assurance (actuaire) BSB

Erika Bourguet – Marketing Manager BSB

 

Top of page

Alle rechten voorbehouden, BSB
Avenue Athéna 2 - 1348 Louvain-la-Neuve - België
T. +32 (0)10 48 34 80 - F. +32 (0) 10 48 34 99