Als uitgever van software voor asset management en voorkeurpartner van vermogenbeheerders volgt BSB de nieuwe tendensen inzake activabeheer op de voet
De financiële sector heeft de laatste tijd heel wat klappen gekregen ten gevolge van de “subprime” crisis. Nu is het niet de eerste keer dat de financiële wereld grondig door elkaar wordt geschud. In 1636 kreeg Amsterdam de eerste financiële ‘zeepbel’ te verwerken na en reeks speculaties op de prijs van tulpenbollen. Heel wat mensen hadden zich diep in de schulden gestoken om op een vroege voorloper van de ‘futures’ markt de mooiste en zeldzaamste tulp aller tijden te kunnen kopen, de vermaarde « semper augustus », die toen beschouwd werd als een uiterlijk teken van rijkdom. De prijs van de tulpenbollen, die vóór de speculatiegolf ongeveer 1.000 florijnen bedroeg, piekte tot 5.500 florijnen alvorens in enkele dagen tijd volledig ineen te stuiken. Op het einde van de rit bleken de bollen nog slechts een tiende waard van hun prijs vóór de krach. En dan is er natuurlijk de grote Beurskrach van oktober 1929 die tot de dag van vandaag de geesten blijft beroeren. Deze crisis lag aan de basis van een globale economische crisis waarvan de gevolgen zich lieten gevoelen tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De beurs kende haar dieptepunt in 1932 toen ze een verlies van 89% liet optekenen. Het herstel zou nog 25 jaar duren, want het was pas in 1954 dat de beurs haar peil van voor de krach terugvond.
De fondsenbeheerders werden zich geleidelijkaan bewust van de risico’s op zware financiële verliezen. In de jaren 80 was de « portfolio insurance » erg in trek. Men trachtte op die manier zijn aandelenportefeuille veilig te stellen door de aankoop van putopties, m.a.w. opties om een aandeel te verkopen. Bij een koersstijging verliest men dan wel rendement ter hoogte van de optiepremie, maar in geval van een koersval zit men wel safe. De optiemarkt was in die tijd echter nog niet zo liquide en efficiënt als vandaag de dag. De verschillen tussen aan- en verkoop waren erg groot en de prijs die men voor veiligheid moest betalen, lag hoog. Dus kochten de beheerders geen puts meer, maar dekten ze het verschil in aandelen. Op een dag in 1987 verloor de beurs echter in enkele uren tijd meer dan 22% tengevolge van herhaaldelijke koersschommelingen van de dollar uitgelokt door de anti-inflatie politiek van de FED enerzijds en door een bruuske stijging van de interestvoeten op de obligatiemarkt anderzijds. Dit bracht een sneeuwbaleffect op gang: door de koersval werden de te dekken verschillen plots groter waardoor automatisch gegenereerde verkopen op gang werden gebracht, waardoor de koersval nog groter werd, waardoor de te dekken verschillen nog groter werden, enzoverder, enzoverder. De economische crisis in Azië in 1997, de internetzeepbel van 2000 en de gevolgen hiervan op de financiële markten zijn bijkomende factoren die mee hun stempel hebben gedrukt op de financiële sector en geleid hebben tot nieuwe technieken inzake portefeuillebeheer.
Op zich is het controleren van de risico’s en het beperken van de mogelijke verliezen niet nieuw. Financiële instellingen beschikken al langer dan vandaag over « risk management » afdelingen. Vroeger zag men geregeld managers van die afdelingen de marktzaal binnenstormen om een van hun traders op de vingers te tikken als hij andermaal zijn vastgestelde limieten had overschreden. Niet dat die zich daar veel van aantrok, want eens zijn baas de rug gekeerd had, ging hij gewoon door met zijn bezigheden alsof er niets gebeurd was! Voor de trader waren slechts twee dingen van tel: geld verdienen en zijn eindejaarsbonus aandikken.
Ondertussen hebben de beurswaakhonden deze regularisende rol overgenomen. Bovendien hebben ze de financiële sector het belang van regularisering doen inzien door de invoering van nieuwe verplichtingen m.b.t. beheer en reporting. De Bazel-II en Solvency-II akkoorden moeten beide zorgen voor een meer geperfectioneerd en gestandaardiseerd risicobeheer.
Ook de manier waarop aan asset management gedaan wordt, is veranderd. Beheerders houden steeds meer rekening met risico-indicatoren. Alvorens een transactie uit te voeren, gaan ze door middel van simulatie na in welke mate de transactie een impact heeft op die indicatoren. Dat de werkmethodes wel degelijk veranderen, blijkt uit verschillende hoek: de meeste universiteiten en handelshogescholen hebben deze begrippen in hun cursussen opgenomen; klanten gebruiken steeds meer modules voor risicobeheer en rendement; ongeveer 70% van de prospects legt de nadruk op risicobeheer en –analyse, zowel « ex-ante » of « ex-post ». Deze risico-indicatoren moeten niet alleen beschikbaar zijn voor reporting, ze moeten ook zichtbaar zijn op de schermen van de beheerders.
Ook de behoeftes inzake risicobeheer worden steeds groter. Vandaag de dag wil een asset manager zijn portefeuilles om op het even welk moment kunnen simuleren zonder daarbij zware batchverwerkingen te moeten opstarten en zonder zijn portefeuilles te moeten onderwerpen aan grote schommelingen van marktindicatoren. Een beheerder of een belegger wil de performanties van zijn portefeuille(s) niet alleen kennen maar ze ook tot in de kleinste details kunnen ontleden en analyseren. In dat geval komt de allocatie van een performantie goed van pas. De performantie geeft een idee van de gerealiseerde doelstelling t.o.v. een benchmark; de allocatie van een performantie rechtvaardigt het verschil qua performantie t.o.v. een benchmark. Er zijn heel wat factorendie verklaren waarom de performantie van een portefeuille verschilt van de benchmark, zoals de over-/onderweging van een bepaalde categorie van activa of effecten, het devieseffect, de positionering van de curve, de variatie van de kredietspread of de looptijd in het geval van obligatieportefeuilles,… . Meer nog, door een algemeen risico toe te wijzen aan een portefeuille m.b.t. de effecten die hij bevat, kan men de meest risicovolle activa detecteren, de impact van iedere nieuwe transactie op het totale risico van de portefeuille simuleren en nagaan op welke manier een nieuwe positie hiertoe bijdraagt.
Portefeuillebeheer baseert zich dus steeds meer op een goede beheersing van de risico’s. De beheerder moet dus dagelijks informatie ontvangen over de risicowaarde (VaR) van zijn portefeuille of over de impact die de uitgevoerde transacties hebben op zijn kredietrisico (CvaR). De impact op het eigen vermogen (in het geval van activabeheer) of op de klanttevredenheid (in het geval van fondsenbeheer en privaat beheer) moet in een uitermate volatiele markt met veel omzichtigheid gestuurd worden.
Portefeuillebeheerders weten deze functionaliteiten, die niet langer enkel statisch worden toegepast op boekhoudkundige gegevens, maar nu ook op gegevens m.b.t. portefeuillebeheer, steeds meer te waarderen. De recente « subprime » kredietcrisis heeft eens te meer duidelijk gemaakt hoe belangrijk de methodes voor risicoanalyse en optimale allocatie wel zijn. Zelfs de meeste overtuigde tegenstanders zijn het belang ervan beginnen inzien binnen het kader van hun dagelijkse activiteiten. BSB heeft altijd veel aandacht geschonken aan deze aspecten die trouwens deel uitmaken van haar Soliam software. Ze gaat de integratie van de risico- en allocatiemethodes in haar softwarepakket verderzetten en bovendien ook de ergonomie en de gebruiksvriendelijkheid ervan verbeteren zodat de beheerders de indicatoren en de simulaties gemakkelijker kunnen gebruiken.
Patrice Langlois - Consulting Manager - BSB
Download het PDF versie